Het rapport is binnen. De respons was redelijk, het gemiddelde een 7,2, de presentatie aan het MT ging goed. Iedereen knikte. En ergens onderweg naar je bureau kwam die ene gedachte: wat weet ik nu eigenlijk?
Als dat herkenbaar is, ligt het niet aan jou — en ook niet aan het onderzoek. Een medewerkerstevredenheidsonderzoek doet precies wat het belooft: het meet tevredenheid. De vraag is alleen of dat de vraag was.
Wat een MTO goed doet
Laten we eerlijk zijn over wat er wél staat in dat rapport. Een MTO brengt in beeld hoe je mensen oordelen over de randvoorwaarden: arbeidsvoorwaarden, werkomstandigheden, de leidinggevende, de koffie. Dat is nuttig. Als de wasstraat piept en kraakt, wil je dat weten.
Maar tevredenheid is een oordeel, geen beleving. Wie de vraag krijgt “ben je tevreden?”, gaat wikken en wegen: het salaris is prima, de reistijd valt mee, mijn team is oké — een 7. Diezelfde persoon kan al maanden met een knoop in zijn maag naar het werk rijden. Dat past niet in het cijfer, want daar werd niet naar gevraagd.
Waarom een gemiddelde niets aanwijst
Een 7,2 is een gemiddelde, en een gemiddelde is een deken: hij bedekt alles en laat niets zien. Onder die 7,2 zitten mensen die floreren én mensen die stilletjes vastlopen. Het rapport telt ze bij elkaar op, en precies daarmee verdwijnen ze allebei.
Daar komt de anonimiteit bij. Die is er met een goede reden — mensen moeten eerlijk kunnen antwoorden. Maar anonimiteit zonder vervolg betekent ook: er is niemand om het gesprek mee te voeren. De uitkomst heeft geen adres. En dus belandt het rapport bij HR, met de opdracht om voor iedereen tegelijk iets te bedenken — een workshop, een vitaliteitsweek — terwijl bij de één het knelpunt in de werkdruk zit, bij de ander in slecht slapen, en bij een derde in iets dat met werk niets te maken heeft.
Meten is het halve werk. Het gesprek is de andere helft.
Zo kwamen wij tot een andere opzet — eerst voor onze eigen mensen, daarna voor onze klanten. Drie keuzes maken het verschil.
Vijf weken in plaats van een momentopname
Hoe iemand zich vandaag voelt, hangt van van alles af: het weer, een korte nacht, die ene vergadering. Vijf weken lang korte vragen laat de uitschieters uitmiddelen; wat overblijft is het patroon. Een momentopname meet het weer, een langere meting meet het klimaat — en op weer stel je geen diagnose.
Het hele leven in plaats van alleen het werk
Ons Gelukswiel meet 26 elementen: 15 van levensgeluk en 11 van werkgeluk, ontwikkeld op basis van inzichten van het Geluksinstituut van de Erasmus Universiteit. Want wat thuis speelt, neem je mee naar het werk — en andersom. Wie alleen het werk meet, ziet de helft.
Een gesprek voor iedereen in plaats van een rapport voor het management
Na de meting bespreekt elke deelnemer zijn eigen wiel met een eigen gelukscoach — ook de mensen die uit zichzelf nooit aan de bel trekken. Samen kiezen ze wat helpt, uit 75+ interventies. De uitkomst heeft ineens wél een adres, zonder dat de privacy sneuvelt: de coach is bij ons in dienst, en de werkgever ziet alleen het beeld per afdeling. Nooit per persoon.
Dus: MTO afschaffen?
Dat hoeft niet eens de vraag te zijn. De echte vraag is wat je wilt weten. Wil je weten hoe je mensen de randvoorwaarden beoordelen, dan doet een MTO zijn werk. Wil je weten hoe het écht met ze gaat — en er vervolgens iets mee kunnen dóén, per mens — dan heb je iets anders nodig: langer meten, breder kijken, en een gesprek dat vanzelf komt.
Benieuwd hoe dat eruitziet? Bekijk het Geluksprogramma of plan een vrijblijvend kennismakingsgesprek. Dan kijken we samen wat jouw laatste onderzoek je vertelde — en wat nog niet. ; )




